Wie voorraad, zendingen of gereedschap in het veld registreert, staat vroeg of laat voor de vraag: volstaat een barcodescanner, of loont RFID? Beide technologieën lossen dezelfde basisopgave op – een object eenduidig identificeren – maar op zeer verschillende wijze. Deze bijdrage zet barcode en RFID direct tegenover elkaar, legt het verschil tussen HF- en UHF-RFID uit en toont waar RFID tegen zijn grenzen aanloopt. Wie eerst geïnteresseerd is in de basis van RFID en NFC, vindt die in de bijdrage RFID und NFC (DE) – dit artikel begint waar de keuze tussen barcode en RFID in de praktijk speelt en herhaalt de daar behandelde basis niet.
Een barcode – of het nu een klassieke 1D-streepjescode is of een 2D-code zoals een QR- of data-matrixcode – is een optisch gedrukte of opgeplakte informatie. Een scanner moet de code rechtstreeks kunnen zien om hem te lezen: een zichtlijn tussen lezer en etiket is strikt noodzakelijk. RFID (Radio Frequency Identification) werkt daarentegen via radiogolven. Een RFID-tag bevat een antenne en een kleine geheugenchip; een RFID-lezer leest de opgeslagen gegevens via een radiosignaal uit, zonder dat er een directe zichtverbinding hoeft te zijn – dat legt de bijdrage RFID und NFC (DE) in detail uit.
Uit dit fundamentele verschil vloeien de praktische voor- en nadelen van beide methoden voort:
Voor veel toepassingen in het magazijn of bij het orderverzamelen is de barcode nog altijd de economischere keuze, omdat er geen tag per object hoeft te worden aangeschaft en de registratie van één object per scan meestal volstaat. Precies dit toepassingsgeval beschrijft de branchepagina Logistiek onder het trefwoord „Wareneingang & Kommissionierung“: barcodescan, pick-lijsten en voorraadafstemming – zonder foutscans en zonder apparaatuitval.
Een barcodescanner is de juiste keuze wanneer elk object afzonderlijk wordt geregistreerd en kort zichtcontact met het etiket geen probleem vormt – bijvoorbeeld bij goederenontvangst en -uitgifte, bij orderverzameling volgens pick-lijst of bij het inventariseren van afzonderlijke stellingen. Etiketten zijn eenvoudig te printen, kostenefficiënt en hebben geen eigen stroomvoorziening of elektronica in de tag zelf nodig.
In het eigen assortiment is de barcodescanner de meest aangeboden registratieoptie: hij staat bij talloze apparaten als fabrieksoptie vermeld, bijvoorbeeld bij de Durabook R10, bij de Durabook R11, bij de Durabook R11L, bij de Durabook U11I en bij de Durabook S14I (daar als media-bay-optie). Ook meerdere Getac-apparaten voeren een 1D/2D-barcodelezer als optie, bijvoorbeeld de Getac S410 G5 en de Getac S510 (telkens als 1D/2D-imager-barcodelezer), de Getac T800, de Ex-beschermde variant Getac T800 EX ATEX, de Getac UX10 en de Getac ZX80. Bij de Fieldbook-handhelds is de barcodescanner deels zelfs vast ingebouwd: de Fieldbook F57G2 heeft een in de rand geïntegreerde 1D/2D-barcodescanner, de Fieldbook N101G2 gebruikt hiervoor een Zebra SE4710-lezer. Bij de Ruggon Sol 7 is een 2D-barcodescanner optioneel verkrijgbaar.
De vergelijkingstabellen Laptops (DE) en Tablets (DE) tonen bovendien in de regel „Barcode-Leser“ bij welke modellen deze optie beschikbaar is.
RFID speelt zijn kracht uit waar objecten zonder zichtcontact, door verpakkingen heen of in grotere aantallen tegelijk moeten worden geregistreerd. Ook hier is de optie in het eigen assortiment breed vertegenwoordigd: een RFID-module is onder meer bij de Durabook S14I, Durabook S15, Durabook Z14I, Durabook R11, Durabook R11L en Durabook U11I achteraf in te bouwen, zoals ook de bijdrage RFID und NFC (DE) beschrijft. Bij Getac is een HF-RFID-lezer onder meer bij de Getac S410 G5, bij de Getac S510, bij de Getac B360 G3 en – daar al vast geïntegreerd – bij de Getac ATEX EX80 beschikbaar. Bij de Getac F110 G7 wordt een RFID-lezer genoemd als veiligheidsfunctie, onder meer voor de bescherming van gevoelige gegevens via toegangscontrole.
Voor de rechtstreekse vergelijking met UHF-RFID (zie hieronder) is doorslaggevend: bij de Durabook R10 en bij de Durabook R8 staan HF- en UHF-RFID als gescheiden, onafhankelijke uitbreidingsmodules ter keuze – een duidelijk bewijs dat het om twee verschillende technieken voor verschillende toepassingsdoelen gaat, niet om twee namen voor hetzelfde. De branchepagina's Logistiek en Transport noemen de RFID-lezer telkens expliciet als mogelijk accessoire – bij Transport bijvoorbeeld als RFID-kaartlezer in combinatie met een autodockingstation.
„RFID“ is geen eenduidige methode, maar een verzamelnaam voor radiotechnieken in verschillende frequentiebereiken. Voor de praktijk zijn vooral twee daarvan relevant:
Concrete reikwijdte- of leessnelheidgegevens voor de afzonderlijke HF- of UHF-modules staan niet op de betreffende productpagina's en worden hier daarom bewust niet genoemd. Wat uit het bestand echter duidelijk blijkt: overal waar een fabrikant HF- en UHF-RFID als twee gescheiden, elkaar uitsluitende moduleopties aanbiedt – zoals bij de Durabook R10 en de Durabook R8 – gaat het technisch om twee verschillende oplossingen voor verschillende reikwijdte-eisen, en hangt de keuze van de juiste module af van het betreffende inzetscenario.
Het doorslaggevende fysieke verschil ligt in de manier van gegevensoverdracht. Een barcodescanner heeft, zoals hierboven beschreven, strikt een zichtlijn nodig – papier, karton, folie of een ander obstakel tussen scanner en etiket verhindert het lezen, net als vuil, kreukels of beschadigingen aan de gedrukte code zelf. RFID gebruikt daarentegen elektromagnetische golven die veel niet-metalen materialen zoals karton, kunststof, hout of textiel kunnen doordringen. Een tag die in een verpakking is aangebracht of onder een kunststof afdekking is geplaatst, kan daarom worden uitgelezen zonder dat de verpakking geopend of het etiket zichtbaar gemaakt hoeft te worden – een voordeel dat de optisch werkende barcodetechniek principieel niet kan bieden.
Een ander praktisch verschil is de zogeheten bulkregistratie. Een barcodescanner leest in beginsel één etiket per scanhandeling – elk object moet afzonderlijk voor de scanner worden gehouden of de scanner moet over elk etiket worden geleid. RFID-lezers kunnen daarentegen, mits de gebruikte lezer en de tags daarvoor geschikt zijn, meerdere tags binnen bereik snel na elkaar uitlezen, zonder dat elk object afzonderlijk moet worden gericht. In de praktijk betekent dat: in plaats van elke pallet of elk karton afzonderlijk te scannen, kan een RFID-lezer in het ideale geval de volledige inhoud van een stelling of pallet in één handeling registreren. Precies dit effect maakt RFID interessant voor de inventarisatie van grotere voorraden – mits elk object al een RFID-tag draagt, wat gepaard gaat met extra kosten per object, terwijl een barcode-etiket doorgaans aanzienlijk goedkoper is.
De branchepagina Logistiek formuleert het verband tussen registratietechniek en foutmarge zo: „Schneller scannen, weniger Fehler“ – een principe dat voor barcode en voor RFID gelijkelijk geldt, ook al bereiken beide technieken dat op een verschillende manier.
Zo groot als de voordelen van RFID zijn bij het doordringen van verpakkingen en bij bulkregistratie, zo duidelijk zijn ook de fysieke grenzen van de techniek. Metalen oppervlakken kunnen de radiosignalen van RFID-tags reflecteren, afschermen of verstoren, waardoor een tag die direct op of in de onmiddellijke nabijheid van metaal is aangebracht, onder omstandigheden helemaal niet of slechts beperkt betrouwbaar gelezen kan worden. Vloeistoffen werken vergelijkbaar beperkend: water en waterhoudende materialen kunnen de radiogolven dempen en de reikwijdte of betrouwbaarheid van de registratie aanzienlijk verminderen. Wie RFID wil inzetten in een omgeving met veel metaal – bijvoorbeeld in een werkplaats, een machinepark of bij metalen containers – of met vloeistoffen, moet met deze beperking rekening houden bij de planning. Een barcode-etiket heeft hier geen last van, zolang het optisch leesbaar en voor de scanner zichtbaar blijft – dat is een van de redenen waarom barcoderegistratie in metaalrijke omgevingen zoals een autowerkplaats of in de machinebouw een betrouwbaar alternatief blijft. De branchepagina Werkstatt noemt de barcodescanner dienovereenkomstig als praktijkvoorbeeld naast OBD/diagnose, machinebesturing en meettechniek.
Naast de eigenlijke lezer speelt bij barcoderegistratie ook de software een rol. Bij de Getac-modellen met barcode-optie, bijvoorbeeld de Getac S410 G5 en de Getac S510, wordt de „Getac Barcode Manager“ als begeleidende software genoemd. Bij RFID komt daarbij dat smartcardlezers en RFID-modules vaak gecombineerd worden aangeboden, bijvoorbeeld bij de Getac T800 in de SnapBack-module „Combo-Smartcard-Leser und kontaktloser HF-RFID/NFC-Leser“ of bij de Durabook R8 als „Smart Card Reader with LF/HF-RFID“. Wie voorraad wil registreren en tegelijk toegangscontrole via smartcards wil realiseren, vindt bij meerdere modellen beide functies verenigd in één uitbreidingsmodule.
Samengevat is de keuze aan drie vragen te herleiden:
Combinaties zijn ook mogelijk: meerdere modellen uit het eigen assortiment – bijvoorbeeld de Durabook R10 en de Durabook R8 – bieden zowel een barcodescanner als HF- en UHF-RFID-modules als onafhankelijke opties aan, zodat het apparaat per toepassing te configureren is. Wie niet zeker weet welke configuratie bij de eigen workflow past, vindt op de pagina Checklist onder „Scanner/RFID/Smart-Card“ een aanwijzing wanneer een geïntegreerde oplossing daadwerkelijk loont.

Ja. Bij de Durabook R10 en bij de Durabook R8 staan barcodescanner, HF-RFID-module en UHF-RFID-module als gescheiden opties vermeld en zijn – afhankelijk van de configuratie – te combineren.
Niet generiek – het gaat om twee verschillende frequentiebereiken voor verschillende toepassingsdoelen. Dat fabrikanten, zoals bij de Durabook-R10- en -R8-modules, HF- en UHF-RFID als gescheiden, elkaar uitsluitende opties aanbieden, toont aan dat de juiste keuze afhangt van het betreffende inzetscenario en niet van een algemene rangorde.
Metalen oppervlakken kunnen de radiosignalen van RFID-tags reflecteren, afschermen of verstoren, waardoor de leesbaarheid in de onmiddellijke nabijheid van metaal beperkt kan zijn. Een barcode heeft hier geen last van, zolang deze optisch zichtbaar en leesbaar blijft.
Daarmee wordt bedoeld dat een RFID-lezer meerdere tags binnen bereik na elkaar kan uitlezen, zonder dat elk object afzonderlijk moet worden gericht – in tegenstelling tot de barcodescanner, die in beginsel één etiket per scanhandeling leest.
NFC is volgens de bijdrage RFID und NFC (DE) een verfijnde, kortbereikige doorontwikkeling van de RFID-techniek in het HF-bereik – met een maximale reikwijdte van circa 10 cm tegenover de grotere reikwijdte van klassieke RFID-toepassingen.
Barcode en RFID sluiten elkaar niet uit, maar lossen verschillende registratieproblemen op. Een barcodescanner is de economischere en bij veel apparaten uit het eigen assortiment al aanwezige optie, zolang elk object afzonderlijk en met zichtcontact wordt geregistreerd – bijvoorbeeld bij de klassieke goederenontvangst en -uitgifte, zoals de branchepagina Logistiek beschrijft. RFID loont zodra objecten door verpakkingen heen, zonder zichtcontact of in bulk moeten worden geregistreerd, waarbij HF- en UHF-RFID naargelang de benodigde reikwijdte worden ingezet – zoals te zien bij de uitbreidingsmodules van de Durabook R10 en de Durabook R8. Duidelijke grenzen heeft RFID waar veel metaal of vloeistoffen in het spel zijn – daar blijft de barcodescanner vaak de robuustere keuze, bijvoorbeeld in de omgeving van de branchepagina Werkstatt. Welke combinatie van registratietechniek en apparaat bij het eigen toepassingsgebied past, hangt af van de concrete workflow – de RobustBook-vergelijkingstabellen voor Laptops (DE) en Tablets (DE) geven daarvan een eerste overzicht.
Bij vragen over de juiste combinatie van barcodescanner, HF- of UHF-RFID-module voor uw toepassingsgebied ondersteunt het RobustBook-team u graag bij het kiezen van het geschikte model.