In gegevensbladen van robuuste laptops en tablets duikt telkens dezelfde waarde op: een bedrijfstemperatuurbereik van −20 °C tot 60 °C. Op zichzelf is deze regel gemakkelijk over het hoofd te zien – toch bepaalt ze in de praktijk of een apparaat op de bouwplaats in de winter, in de cabine van een voertuig in de zomer of bij direct zonlicht überhaupt betrouwbaar functioneert. Dit artikel legt uit wat het bereik concreet betekent, hoe het verschilt van de opslagtemperatuur, wat kou met de accu doet, waarom hitte in het voertuig of in de zon vaak kritischer is dan vorst, en hoe temperatuur het laadvermogen en de schermreactie beïnvloedt.
De waarde "bedrijfstemperatuur −20 °C tot 60 °C" beschrijft het omgevingstemperatuurbereik waarin een apparaat volgens de fabrikant kan worden ingeschakeld en in normaal gebruik kan worden ingezet. In de Vergelijkingstabel Laptops (DE) staat deze aanduiding als eigen regel "Temperatuur in bedrijf bij -20°C tot 60°C". Voor de modellen Durabook S15, Durabook S14I en Durabook Z14I is deze regel met een vinkje bevestigd, bij het Durabook S15AB is dat daarentegen niet vermeld. In de Vergelijkingstabel Tablets (DE) geldt dezelfde aanduiding voor de modellen R11L, R11, U11I en R8, terwijl ze bij de R10 eveneens niet is vermeld.
Op de afzonderlijke productpagina's wordt hetzelfde bereik in lopende tekst bevestigd: bij het Durabook R11 staat dat het apparaat "in een temperatuurbereik van -20°C tot 60°C kan worden ingezet". Gelijkluidende aanduidingen staan op de pagina's over het Durabook R11L, het Durabook U11I en het Durabook R8. Het bereik −20 °C tot 60 °C is daarmee geen algemene marketinguitspraak, maar een per model afzonderlijk gevoerde specificatie, die niet voor elk apparaat in het assortiment identiek is gedocumenteerd.
Belangrijk is bovendien: dit bereik is niet bij alle robuuste apparaten even breed. Bij sommige modellen in het assortiment is het smaller, bij andere ruimer dan −20 °C tot 60 °C. De Getac T800 vermeldt bijvoorbeeld een bedrijfstemperatuur van −21 °C tot 50 °C, terwijl voor de Getac ZX80, de Getac S510 en de Getac S410 G5 telkens een bereik van −29 °C tot 63 °C is aangegeven. Meerdere Fieldbook-modellen zoals de Fieldbook RC300, de Fieldbook P80, de Fieldbook N80G2, de Fieldbook N101G2 en de Fieldbook P101 vermelden op hun beurt een bedrijfstemperatuur van −20 °C tot +60 °C – precies het bereik waar dit artikel over gaat. Wie een apparaat kiest voor een bepaald toepassingsklimaat, moet daarom niet uitgaan van één enkele "standaardwaarde", maar de aanduiding van het betreffende model controleren.
Bedrijfstemperatuur en opslagtemperatuur zijn twee verschillende aanduidingen die vaak door elkaar worden gehaald. De bedrijfstemperatuur beschrijft het bereik waarin een apparaat kan worden ingeschakeld en actief gebruikt. De opslagtemperatuur beschrijft daarentegen het bereik waarin een uitgeschakeld apparaat zonder schade kan worden bewaard – bijvoorbeeld in de kofferbak, in het magazijn of tijdens transport. De opslagtemperatuur is bij alle in het assortiment geteste modellen duidelijk ruimer dan de bedrijfstemperatuur.
Bij de Getac T800 is dat concreet gedocumenteerd: "Temperatuur: bedrijf: -21 °C tot 50 °C, opslag: -51 °C tot 71 °C". Het apparaat mag dus aanzienlijk koudere of heftere omstandigheden doorstaan, zolang het daarbij uitgeschakeld is. Vergelijkbaar bij de Getac ZX80, de Getac S510 en de Getac S410 G5: alle drie vermelden een bedrijfstemperatuur van −29 °C tot 63 °C en een opslagtemperatuur van −51 °C tot 71 °C. Bij de Fieldbook-modellen Fieldbook RC300, Fieldbook P80, Fieldbook N80G2, Fieldbook N101G2 en Fieldbook P101 is de opslagtemperatuur telkens met −30 °C tot +70 °C aangegeven, bij een bedrijfstemperatuur van −20 °C tot +60 °C.
Het verschil tussen bedrijfs- en opslagbereik valt bij de geteste modellen verschillend uit – bij de Fieldbook-apparaten circa 10 °C aan elke kant, bij de genoemde Getac-modellen circa 20 tot 30 °C. In de praktijk betekent dat: een apparaat dat 's nachts bij strenge vorst in het voertuig ligt en daarbij is uitgeschakeld, blijft meestal nog binnen de toegestane opslagtemperatuur. Vóór het inschakelen moet het echter de bedrijfstemperatuur naderen – een apparaat rechtstreeks vanuit strenge kou onder volle belasting starten is niet hetzelfde als een apparaat dat al binnen het toegestane bedrijfsbereik is getemperd.
De accu is bij lage temperaturen meestal het gevoeligste onderdeel van een mobiel apparaat. Chemische processen in accucellen verlopen bij kou trager, waardoor het kortstondig beschikbare vermogen en de bruikbare capaciteit kunnen dalen – een effect dat bij stijgende temperatuur weer terugkeert en geen blijvende schade hoeft te zijn, zolang het apparaat binnen de aangegeven bedrijfstemperatuur blijft. Voor gebruik in het veld bij kou is daarom relevant hoe een apparaat omgaat met een mogelijke vermogensdaling van de accu.
Hier komen functies bij kijken die in de Vergelijkingstabel Laptops (DE) en de Vergelijkingstabel Tablets (DE) onder de rubriek "Accu" zijn vermeld. De laptops Durabook S15, Durabook S14I en Durabook Z14I bieden volgens de tabel optioneel een accuwissel tijdens bedrijf alsmede een overbruggingsaccu met vijf minuten wisseltijd; bij het Durabook S15AB is dit niet vermeld. Bij de tablets is de overbruggingsaccu bij het Durabook U11I en het Durabook R8 optioneel beschikbaar, bij het Durabook R11L, Durabook R11 en Durabook R10 daarentegen niet respectievelijk niet in de basisconfiguratie. Een wisselaccu met overbruggingsfunctie maakt het mogelijk de hoofdaccu te vervangen zonder het apparaat af te sluiten – juist bij kou, wanneer de daadwerkelijk bruikbare accucapaciteit ten opzichte van warme omstandigheden kan afnemen, een praktische manier om continu gebruik vol te houden.
De loutere looptijdaanduiding "Hoofdaccu looptijd" uit de vergelijkingstabel Laptops – 12 uur bij de S15, 10 uur bij de S14I, 12,5 uur bij de Z14I en 13 uur bij de S15AB – is gebaseerd op fabrikantopgaven onder standaardomstandigheden en is niet automatisch gelijk te stellen aan de looptijd bij vorst. Wie regelmatig bij lage temperaturen werkt, moet daarom minder letten op het loutere getal van de looptijd en meer op de beschikbaarheid van een wissel- of overbruggingsaccu.
In de publieke perceptie geldt vorst vaak als de grotere belasting voor elektronica – in de praktijk is vaak het tegendeel het geval. Een apparaat dat koud wordt opgestart, werkt aanvankelijk gedempt of iets trager, maar blijft binnen zijn gespecificeerde ondergrens functioneel. Wordt daarentegen de bovengrens van de bedrijfstemperatuur overschreden, dan drukt de interne elektronica haar vermogen sterker terug of schakelt zichzelf uit ter bescherming van de onderdelen – en precies deze bovengrens wordt in gesloten voertuigen of bij direct zonlicht duidelijk sneller bereikt dan velen verwachten.
Een in de zomer in de zon geparkeerd voertuig kan in het interieur temperaturen bereiken die ver boven de buitentemperatuur liggen – vooral op het dashboard of achter glasvlakken, waar apparaten vaak worden neergelegd of vast in dockingstations zijn gemonteerd. Een apparaat met een bovengrens van 60 °C, zoals die voor Durabook S15, S14I, Z14I alsmede R11L, R11, U11I en R8 volgens de vergelijkingstabel geldt, kan in een dergelijk scenario sneller tegen zijn grens aanlopen dan bij vorst in de winter. Modellen met een hogere bovengrens zoals de Getac ZX80, de Getac S510 of de Getac S410 G5 met telkens 63 °C bieden hier een grotere buffer, maar zijn evenmin onbeperkt hittebestendig.
Voor gebruik buiten in de bosbouw en landbouw, waar apparaten volgens de brancheomvangpagina Bosbouw en landbouw (DE) "volgens MIL-STD-810G en IP64+" zijn uitgevoerd en beschikken over een "in zonlicht afleesbaar display", is direct zonlicht een constante begeleidende factor. Een zonlichtafleesbaar, ontspiegeld display draagt daarbij bovendien bij aan de warmteopname van de behuizing, wanneer apparaten langdurig onbeschermd in de zon liggen of worden gebruikt. Wie apparaten in het voertuig of bij direct zonlicht inzet, moet daarom letten op voldoende ventilatie en, waar mogelijk, op beschaduwing, in plaats van zich uitsluitend te richten op de koudegrens van de specificatie.
Ook het laden van een accu is temperatuurafhankelijk. Het laadproces zelf wekt bijkomende warmte op in de cel; bij reeds hoge omgevingstemperaturen kan deze bijkomende opwarming ertoe leiden dat een apparaat het laadproces vertraagt of onderbreekt, om de cel te beschermen tegen oververhitting. Bij zeer lage temperaturen kan omgekeerd het laadproces zelf worden beperkt of vertraagd, tot de cel zich in een voor het laden geschikter temperatuurbereik bevindt. In beide gevallen gaat het om beschermingsmechanismen, geen storing – ze zijn een reden te meer waarom een apparaat met wissel- of overbruggingsaccu, zoals die optioneel voor S15, S14I en Z14I alsmede voor U11I en R8 volgens de vergelijkingstabel beschikbaar zijn, bij continu gebruik bij extreme temperaturen een praktisch voordeel biedt: een al opgeladen reserveaccu is te vervangen zonder op een volledige laadcyclus onder ongunstige temperatuuromstandigheden te hoeven wachten.
Ook het display reageert op temperatuur. Bij lage temperaturen vertraagt de reactietijd van vloeibare kristallen fysisch bepaald, wat zich kan uiten als iets trager touch- of beeldopbouwgedrag; bij hoge temperaturen kan de helderheid of het contrast merkbaar afnemen, voordat de eigenlijke uitschakeltemperatuur van het apparaat überhaupt is bereikt. Voor gebruik buiten bij sterk zonlicht is daarom naast de loutere temperatuurbestendigheid ook de displayhelderheid relevant: voor het Durabook R11 en het Durabook R11L is een optioneel bestelbaar display met 1000 Nits gedocumenteerd, voor het Durabook U11I eveneens, voor het Durabook R8 een geïntegreerd display met 800 Nits – telkens met de toevoeging dat daarmee ook bij direct zonlicht goed te werken valt. Een in het eigen assortiment gedocumenteerde verwarming van het display tegen kou is er voor de huidige modellen niet; deze aanduiding wordt hier daarom bewust niet beweerd.
Voor de apparaatkeuze loont het de moeite om het werkelijke toepassingsklimaat af te stemmen op de gedocumenteerde bedrijfstemperatuur van het betreffende model. Wie voornamelijk in een gematigd klimaat of in gesloten ruimtes werkt, heeft doorgaans genoeg aan het standaardbereik −20 °C tot 60 °C – zoals dat voor Durabook S15, S14I, Z14I, R11L, R11, U11I en R8 geldt. Wie daarentegen regelmatig in het voertuig bij direct zonlicht, in verwarmde werkplaatsen met aangrenzende koudezones of in regio's met bijzonder hoge zomertemperaturen werkt, vindt met modellen zoals de Getac ZX80, de Getac S510 of de Getac S410 G5 een ruimer bereik van −29 °C tot 63 °C.
Voor gebruik buiten in de bosbouw en landbouw, zoals de brancheomvangpagina Bosbouw en landbouw (DE) beschrijft, komen stof, vocht, trilling en wisselende temperaturen vaak gezamenlijk voor. De daar genoemde combinatie van MIL-STD-810G-robuustheid, stof- en straalwaterbeschermde behuizing en zonlichtafleesbaar display vult de loutere temperatuuraanduiding aan met verdere factoren die in het veld even relevant zijn als het temperatuurbereik zelf. Een volledig technisch overzicht met alle waarden per model bieden de Vergelijkingstabel Laptops (DE) en de Vergelijkingstabel Tablets (DE).

Nee. Dit bereik is volgens de vergelijkingstabel Laptops voor Durabook S15, S14I en Z14I alsmede volgens de vergelijkingstabel Tablets voor R11L, R11, U11I en R8 bevestigd. Voor Durabook S15AB en Durabook R10 is deze regel in de vergelijkingstabellen niet vermeld. Andere modellen zoals de Getac T800 (−21 °C tot 50 °C) of de Getac ZX80, Getac S510 en Getac S410 G5 (telkens −29 °C tot 63 °C) wijken van dit bereik af.
Omdat een uitgeschakeld apparaat geen warmte door eigen gebruik genereert en geen actieve elektronische processen lopen, die bij extreme temperaturen gevoelig reageren. Bij de Getac T800 ligt de opslagtemperatuur bij −51 °C tot 71 °C tegenover een bedrijfstemperatuur van −21 °C tot 50 °C, bij de genoemde Fieldbook-modellen bij −30 °C tot +70 °C tegenover −20 °C tot +60 °C in bedrijf.
Een capaciteitsdaling bij lage temperaturen is een bekend, doorgaans omkeerbaar effect, dat bij opwarming weer terugkeert, zolang het apparaat binnen de gespecificeerde bedrijfstemperatuur blijft. Voor continu gebruik bij kou bieden meerdere modellen een optionele wissel- of overbruggingsaccu, zie vergelijkingstabel Laptops en vergelijkingstabel Tablets.
De reactietijd van vloeibarekristaldisplays is fysisch temperatuurafhankelijk en vertraagt bij lage temperaturen. Dit effect betreft de beeldverversing en gedeeltelijk de touchreactie, maar is geen defect, zolang het apparaat binnen het toegestane bedrijfsbereik blijft.
Nee. Een zonlichtafleesbaar display – bijvoorbeeld met 1000 Nits bij Durabook R11 en R11L of 800 Nits bij het Durabook R8 – verhoogt de afleesbaarheid bij direct zonlicht. Een actieve verwarming van het display tegen kou is voor de huidige RobustBook-modellen in het eigen assortiment niet gedocumenteerd.
Het bereik −20 °C tot 60 °C is bij meerdere robuuste laptops en tablets in het RobustBook-assortiment als bedrijfstemperatuur vermeld, maar geen universele waarde: Durabook S15, S14I, Z14I alsmede R11L, R11, U11I en R8 dragen dit volgens de vergelijkingstabel, Durabook S15AB en R10 niet, en modellen zoals Getac T800, Getac ZX80, Getac S510 en Getac S410 G5 of de Fieldbook-reeks wijken hiervan af met eigen, deels ruimere bereiken. Doorslaggevend voor de praktijk is naast het loutere getal vooral het verschil tussen bedrijfs- en opslagtemperatuur, het merkbare effect van kou op de accuprestaties, het vaak onderschatte risico van hitte in het voertuig of in de zon alsmede de samenhang tussen laadvermogen en schermreactie bij extreme temperaturen. Wie een apparaat kiest voor een bepaald klimaat, moet de concrete specificatie van het betreffende model controleren, in plaats van te vertrouwen op een algemene waarde.
Bij vragen over de passende bedrijfstemperatuur voor uw concrete toepassingsgebied ondersteunt het RobustBook-team u graag bij het kiezen van het geschikte model.